5 jaren, 5 maanden geleden

Hoe geef je de woordenschatles in de nieuwe Taalactief 4 het beste vorm? In de methode Taalactief 4 is de woordenschatdidactiek van Verhallen en van den Nulft duidelijk herkenbaar. Er wordt gewerkt met woordclusters, scripts en de grafische vormen woordparachute, woordspin, woordkast en woordtrap. Bij het aanleren van de nieuwe woorden (oranje) wordt de viertaktmethodiek gebruikt: voorbewerken-semantiseren-consolideren-controleren. De algemene handleiding beschrijft de inhoud en de didactiek, waarmee je een duidelijk beeld krijgt van wat de methode beoogt met het aanbieden van nieuwe woorden. Maar hoe moet je zo’n les nu indelen? Welke fasen zijn er te onderscheiden?

Tom San, School

Cor Bakker, Expert van Marant

De eerste fase is het aanbieden van het woordcluster. Je gebruikt het script en de stappen voorbewerken en semantiseren. De kinderen luisteren naar je uitleg! Bekijk het bijgeleverde script kritisch, pas het aan als je denkt dat het beter kan en vertel het aan de kinderen. Herhaal de betekenis van de woorden meerdere malen. Maak gebruik van de ‘uitjes’ uitleggen en uitbeelden. Laat foto’s of voorwerpen zien, speel toneel, verkleed je… Sluit deze fase af met het tonen van de grafische vorm uit de handleiding, zodat kinderen de betekenisrelaties tussen de woorden zien. Dit kan gemakkelijk via het digibord.

De tweede fase is de interactiefase. Kinderen kunnen reageren, woorden verbinden aan de eigen ervaringen of kunnen in tweetallen of groepjes gericht praten aan de hand van vragen die staan bij het gouden uitje. Je biedt cluster 1 en 2 na elkaar aan en sluit af met het lezen van de tekst.

De derde fase is het verwerken van de opdrachten, les 1b.